Stond

n.1.Stop; halt; hindrance.
2.A stand; a post; a station.
v. i.1.To stand.
References in classic literature ?
Nay, there is no stond or impediment in the wit, but may be wrought out by fit studies; like as diseases of the body, may have appropriate exercises.
'And I stond threat for a soight o' Lunnun, schoolmeasther,' said John, vigorously attacking the pie.
Uf aught happened tull Samuel where wull the bairn stond?"
Medwall's interlude famously opens with a character identified only as 'A' interrupting a meal and chastising the audience: 'What mean ye, syrs, to stond so still?
Mae gwerth net cyfoeth person yng ngogledd-ddwyrain Lloegr wedi aros yn stond dros y degawd diwethaf tra fod gwerth cyfatebol person sy'n byw yn Llundain wedi cynyddu 50%.
'Dikke Babette gaat met Sjaka naar bed' en 'Sjaka = Nerd' stond met koeienletters op de zijmuur van de buurtwinkel geschreven.
He complains, "Age and febylnesse doth me enbrase / That I may nother well goo ne stond" (10.161-62).
De ondertitel verraadt reeds Rietbergens visie: de VOC was de eerste multinational ooit, een vennootschap op aandelen die tweehonderd jaar lang actief was en voor vele superlatieven stond zoals de uitzending van een miljoen personeelsleden naar de Oost op 1500 schepen die 4800 reizen maakten.
Niet Moskou, maar Sint Petersburg is de plek waar de strijd zich afspeelt: Hij zag in dat de verhouding van den mensch tot God , en bijgevolg ook de verhouding van de menschen onderling, op het punt stond catastrophale veranderingen te ondergaan.
Ac un tro, wrth fy mhasio, mi stopiodd un wenynen yn stond a hofran yn yr awyr gyferbyn fy wyneb am hir.
HM 136: [??] // maner So that he bigate on me this childe [paragraph] But neuer myght I wit of him what he was ne whens he come / ne what was his name Of the ansuere of Merlyn wherfor the kyng axed why his werk myzt not stond that he had bigonne ner proue Capitulo lxij[??]]